INTERVIEW 5 
Project 8
OZ: We kunnen gewoon beginnen met jouw eerste project. En dan wil ik graag weten wat voor soort sociale aspecten, of aspecten van sociaal welzijn, kwamen daar aan bod, in dat project?
D5: Ja. Ok. En zal ik eerst iets vertellen en dan plaatjes laten zien of hoe?
OZ: Wat jij makkelijk vindt. 
D5: Ok, ja. Ik wil n ding zeggen: ik heb een project gekozen wat ik natuurlijk voor [vorige werkgever] heb gedaan. Ik werk pas sinds oktober voor mezelf, dus ik heb nog geen gerealiseerde projecten, zover ook dat ik ze gefotografeerd heb. Dus ik heb een project genomen van [vorige werkgever] wat ik zelf wel heb gefotografeerd, dus ik mag de foto's gewoon met jou delen, dus dat is geen probleem. Ik heb nog even een plattegrond opgevraagd en wat 3D-plaatjes ook. Daarvan moet ik dan even nog toestemming aan hun vragen, of ik dat ook mag delen. Dus dat even vooraf. En het is ook dus maar n project. Maar goed, ik denk wel een hele mooie ja.
OZ: Prima. Ja, ik ben benieuwd.
D5: Goed, ok, dan ga ik even mijn scherm delen.  Dan zie je nu een plattegrond?
OZ: Ja, klopt.
D5: H fijn. Ok, dat praat het makkelijkste denk ik, even als eerste. 
Het gaat om een jong ICT-bedrijf. Heel dynamisch, heel hard werkend bedrijf, wat een manager van plezier heeft. En dat vond ik dus heel erg opmerkelijk, want dat kom je dus niet zo heel veel tegen. Dat is een dame die heel veel activiteiten, facilitaire activiteiten eigenlijk doet voor de club, maar vooral ook echt met regelmaat een afspraak inplant met de medewerker om te praten over zijn plezier, of die plezier heeft in dat wat hij aan het doen is. En nou, dat vond ik echt super opmerkelijk eigenlijk.
OZ: Ja. Hoe groot is dat bedrijf trouwens, ongeveer?
D5: Dat zou ik moeten checken, maar want dat heb ik niet meer helemaal helder.
OZ: Tientallen? Of meer dan honderd medewerkers?
D5: Nee, minder dan 100. Het is namelijk zo dat het bedrijf, het is het bedrijf van [P8] en dat heeft heel veel vestigingen, maar elke vestiging is eigenlijk een eigen bedrijf. Ze willen dus als bedrijf zijnde niet te groot worden, omdat ze daarvan vinden dat het niet goed is voor de interactie met elkaar. Dus ze zijn heel bewust bezig, en het aantal weet ik dus niet direct meer, heel bewust bezig van nou, niet groter dan max, laat ik even zeggen, 50 medewerkers. Omdat dat dan ten koste gaat van de interactie met elkaar. Dus dat vind ik op zich ook al heel mooi. Dus je ziet binnen, in het land, zie je eigenlijk heel veel []- vestigingen en in dit gebouw, dit is in [bedrijventerrein] in [gemeente], daar hebben ze dus meerdere [P8], zelfs in n gebouw. 
OZ: Grappig. En die zien er dan ook verschillend uit?
D5: Die zien er ook verschillend uit, ja. Want we hebben dus, deze hebben wij uitgevoerd, [naam vorige werkgever] zijnde en daarna hebben we nog meegedaan aan een.. opdracht van Nee, ik zeg het helemaal verkeerd. Dit is namelijk degene die wij net hebben gekregen, nadat we de vorige hebben uitgevoerd. Zo is het zelfs. Dus. ja, dat is als het allemaal heel snel gaat, dit is dus degene met de 3DS. Zo hadden we het voor de club willen maken, eigenlijk. Dus duidelijk identiteit erin, en veel ontmoeten en dat soort zaken. 
Deze. Dus dit is het ontmoetingsdeel en hierachter zie je een box waar mensen ook weer in kunnen, dat ze nog wel zichtbaar zijn, maar dat je niet kan horen wat daar binnen gebeurt. Terwijl, dt is het project, en daar heb ik dus dan geen.. Ik dacht even dat het hetzelfde was, ik heb het hl snel bij elkaar gepakt. Ja sorry. 
OZ: Geeft niet.
Dus hier heb ik geen plattegrond nu van. Maar wat je wel kan zien Dit is dus [naam organisatie] zoals ze zichzelf heel duidelijk zien. Duidelijk n [gemeente], en kleurrijk, dynamisch, speels Op die manier, dus dat heeft te maken met de corporate identity. 
OZ: Die wand die je nou net liet zien, is dat iets wat zij al hadden gemaakt?
D5: Dat hebben zij voor het project gemaakt, ja. Het was het idee om visuals in het ontwerp te laten zien om daarmee ook hun identiteit te laten zien. En uiteindelijk hebben ze het zelf gemaakt. Dus hun eigen ontwerpers hebben dat gedaan. Want, wat hun wat zij doen, is dat ze... Het is natuurlijk een ICT bedrijf, maar zij ontwikkelen ook apps voor organisaties, dus zij hebben designers in dienst. En die designers maken dus ook, die zijn dus ook grafisch bezig, en vandaar ook dat ze ook zelf hun eigen visuals konden ontwerpen.
OZ: En zat dat nou in jullie opdracht om dus iets met die identiteit te doen?
D5: Ja, absoluut. Ja. Waar het eigenlijk om ging is: de corporate identity moest zichtbaar worden. Het zijn, [bijnaam] noemen ze zichzelf, en dat moest heel duidelijk naar voren komen. Dus de corporate identity. Het mocht wel als vestiging een eigen identiteit hebben, maar het moest wel duidelijk [naam organisatie] zijn. En dit vind ik... ik kan je heel even door het project loodsen. Want als je binnenkomt, dan zie je dus dit. Nou heel duidelijk Als je binnenkomt, dan heb je zoiets van: Ok, wat is dit? maar je voelt je wel welkom eigenlijk h, gelijk, in een setting als deze. En je ziet ook wel direct...
OZ: Ja, waarom vermoed jij dat mensen zich welkom voelen? Waar zit hem dat in?
D5: In dat Hallo daar [doelt op tekst op de wand]. Dat je begroet wordt, het is een begroeting als je binnenkomt Ja dus die.
OZ: Ja, en nog  meer elementen waarvan je denkt nou die dragen daaraan bij?
D5: Dat een weg gewezen wordt bij waar je heen kan, eigenlijk. Ik vind ook, een zichtbare garderobe, is ook zoiets van: Nou, je kunt hier langer blijven, trek je jas uit, kom binnen en voel je welkom eigenlijk. 
OZ: Oh ja. Ja. Nog meer?
D5: En ja, dat  skateboard bijvoorbeeld, dat daar staat, dat daar vind ik dat je de identiteit alweer een beetje weggeeft, want je komt dus bij een professioneel bedrijf binnen en dan staat daar een skateboard. En op deze plek worden ook games gespeeld, dus het kan best weleens een keer dat als je binnenkomt dat je midden in een game terecht komt. Dus in de dynamiek van mensen. 
OZ: Ok. Ja.  Ja.  En nog iets ander in, behalve wat er aan functies staat, iets in de vormgeving misschien? Dat daar bewust op is gericht?
D5: Ehm Qua identiteit is het de kleur, de oranje kleur. En ja, dat hoekje met die fiets en die stoelen, dat zijn echt gadgets van hun, die iets over het bedrijf dat ze daarmee willen laten zien.
OZ: Ok, ja. Hebben zij dat ook zelf bedacht, dat ze dat daar willen hebben?
D5: Ja ja.
OZ: Aha. Ja.  Ja, ik ging daar gelijk maar op in, want dit zijn dus de dingen die ik graag wil weten. Maar ga verder hoor, met het project.
D5: Ja. Ja ok, goed. ja.  Op het moment dat je iets verder de, dus om de hoek eigenlijk... Je komt hier vandaan, daar waar het pijltje heen wijst daar kom je eigenlijk vandaan, en dan kom je binnen in een open ontmoetingsgebied. En wat we hier zien is een wand waar keukenspullen in zitten, dus kastjes, opbergen, maar ook het koffiezetapparaat. En dan hebben we hier een lange bar en daaronder zit de vaatwasser en ook spullen om op te bergen. En wat je nu hier ziet, is dat ze eigenlijk, deze twee jongens die hebben de tafel gedekt om met elkaar te gaan lunchen. En dan wordt ook echt iedereen achter zijn bureau vandaan gehaald om lekker hier plaats te nemen. [Telefoon gaat] Sorry.
En zoals je ziet staat er een spelelement. Het idee daar is heel duidelijk dat op het moment dat daar hl erg hard gewerkt wordt er ook ruimte moet zijn voor ontlading en voor ontspanning. Dus ja, na hard werken eventjes je gedachten verzetten door een spel te doen. Het kan ook wezen dat je net een bericht hebt gehoord dat je een opdracht hebt gewonnen, of misschien wel hebt verloren, en ook dan is het gewoon hl prettig om een spel te kunnen spelen met elkaar, waardoor je het even kan relativeren en plek geven, en dat soort dingen. Dus ook
OZ: Was dit ook in jullie opdracht heel concreet, van wij willen zon plek om te kunnen ontladen en wij willen een plek om met zijn allen te lunchen?
D5: Nee, dat is eigenlijk gekomen doordat we zijn begonnen met allemaal gesprekken van tevoren. Van nou, echt proberen om de identiteit en k dat werkproces boven tafel te krijgen. En dan leer je elkaar gewoon goed kennen. Het was ook echt een clubje afgevaardigden van de organisatie. Dus niet perse de eigenaar of h, maar gewoon cht de medewerkers zelf, die die mee mochten anticiperen. Dus dat was echt superleuk. Ja, en dan leer je elkaar kennen en dan heb je met elkaar gesprekken en dan komt dit er, dan komt in zo'n gesprek zoiets naar boven. 
En als je dan een plattegrond gaat weergeven, denk je: ja, er moeten lange lijnen zijn, zodat ze met dat skateboard van links naar rechts door het kantoor kunnen gaan skaten, h. Bijvoorbeeld. Dus die uitnodiging moet er zijn. Maar ook een element als dit. En die bar, dat is niet alleen maar bedoeld voor de lunch, maar daar kunnen ze dus ook gezamenlijk koffiedrinken of een feestje vieren, of dat nu met taart is of aan het einde van de dag met de borrel. Want n deze bar zit dus ook, hier zit gewoon een tap in verwerkt h.
OZ: Oh ja, ik zie het.
D5: Een biertap. En dat zijn denk ik best wel opmerkelijke zaken voor een organisatie. Omdat, over het algemeen, wat ik dan uit ervaring heb gemerkt, willen organisaties wel spelelementen in hun kantoor hebben en ontmoeten faciliteren, maar over het algemeen merk je dat ze daar k wel weer een beetje moeite mee hebben om het dan ook daadwerkelijk te gaan doen, h. Want het is natuurlijk wel overduidelijk dat als iemand met zijn skateboard dwars door het kantoor heen komt, dat die niet aan het werk is. Dat het een belangrijk onderdeel is van zijn werk, dat erkennen hun, maar ik kan me best voorstellen dat er als daar een nieuw iemand werkt, dat die denkt van: Oh, jee, wat gebeurt hier? h, Kan dit zomaar?. H, dus het is echt wel een mind set die je moet hebben om op die manier te mogen werken. 
Want dat is ook echt superleuk, dat kan ik je ook nog laten zien Het is niet heel duidelijk op de foto, maar, dan toch Hier, deze. Ze hebben, dit is de achterkant van die wand die je net zag, dus dat is een grote tribune daar. Daar komen ze samen voor algemene presentaties, maar ook hier staat weer aan de zijkant een scherm waarop spelletjes gespeeld kunnen worden. Dus ze kunnen hier ook weer mt elkaar spelen. Maar hier [wijst op vergaderkamer achter glas] vindt een overleg plaats en deze jongeman die speelt gitaar, terwijl hij aan het overleggen is. Nou, dat is ook echt weer 
OZ: Nu je het zegt kan ik het een beetje zien. Maar, ja.
D5: Ja, als ik hem inzoom kan je het beter zien misschien
OZ: Ja. 
D5: Kijk, dat is een gitaar. Nou ja, dat zijn natuurlijk best wel, ja, ik vind dat heel opmerkelijk. Ik vind dat erg leuk dat het kan. Ik vind het erg goed dat er ruimtes worden gecreerd waar het dan ook kan zonder dat anderen worden gestoord, zeg maar h. Want uiteindelijk zullen er ook mensen aan het werk zijn die een deadline moeten halen. En, dat zien we hier eigenlijk: dit is dus eigenlijk meer de achterkant van het Dus hoe verder je het kantoor in komt, hoe meer de functies veranderen en dan zie je dus eigenlijk ook gewoon de werkplekken, tussen weer een ontmoetingsplek in een aparte ruimte.
OZ: Ja, dat is wel belangrijk wat je nu aanstipt: die balans, van je wil wel ontmoeten of speelse momenten faciliteren, maar anderen moeten daar geen last van hebben als ze geconcentreerd willen werken. Wat voor manieren heb je daarvoor verzonnen, om dat te realiseren?
D5: Ja een van de belangrijkste uitgangspunten is inderdaad bij zon, bij een kantoor. Als er dus een open, transparante ruimte wordt gewenst, is die balans inderdaad tussen communicatie en concentratie. Op het moment dat je een werkprocesanalyse gaat doen, dan kun je dus ook gewoon heel goed erachter komen in welke mate er concentratie nodig is en individueel werken nodig is, hoe vaak er samengewerkt wordt, in welke groepsgroottes dat gebeurt, en of dat in een open ruimte kan of dat het in een afgesloten ruimte moet, is het privacygevoelig of h, die zaken. 
Nou ja, een van de belangrijkste lessen ook binnen de omgevingspsychologie vond ik dat mensen er altijd van uitgaan dat als je herrie maakt, dat je een ander stoort. Maar misschien is het nog wel veel beter om te bedenken dat mensen niet durven te praten omdat ze dat wat ze zeggen niet gehoord willen hebben. Dus dat is precies andersom, en dat vond ik altijd wel een hele mooie les eigenlijk om dat te bedenken.
Dus met dat werkplekonderzoek, werkprocesonderzoek, probeer je dat dus te achterhalen. En dan, bij de inrichting het is jammer dat ik dan dus nu geen plattegrond heb, hebben we dus in dit project er ook voor gezorgd dat op het moment dat je binnenkomt is er een bepaalde dynamiek, dan is er ontmoeten, die spelfactor is er. Dan is er samenwerking en open gebied. Dat gebeurt daar eigenlijk direct naast, maar wordt wel afgesloten door deze wand eigenlijk h. Hier hangt een gordijn. Dit is een stang en daar hangt nog een gordijn aan. Voor het geval dat het hier z dynamisch is dat er toch teveel storing is, eigenlijk op die werkvloer.
OZ: Houdt dat gordijn dat tegen denk je?
D5: Nou ja het doet in ieder geval iets. Het houdt niet volledig alles tegen. Want je ziet: hier is ie open. Ook hierboven is hij open. Deze wand staat ook niet tegen de gevel aan, ook hier is het open, dus je houdt absoluut, hou je dat daar geluid vandaan blijft komen. Nou is dit eerste gebied natuurlijk ook weer ontmoeten en met elkaar samen zijn, en dat loopt eigenlijk over Nou hier ook weer een gebied. Dus hiervoor zien we dus die dat biljart, dan zien we hier ook weer ontmoeten, en drachter is eigenlijk een hele strook met bureautafels. Ja, lastig is dat h, als ik geen plattegrond heb?
OZ: Ik kan het me wel een beetje voorstellen hoor, wat je vertelt, in die volgorde. 
D5: Ja?
OZ: Ja, maar een plattegrondje er straks erbij, achteraf, is misschien wel makkelijk om, als ik het ga analyseren, het nog even goed op het netvlies te hebben, ja.
D5: Ja, dan moet ik toch nog eventjes weer terug naar [vorige werkgever] voor de plattegrond. Goed, dat komt, goed, ja.
OZ: Dat komt wel ja. Als je het nu hebt over die balans tussen de sociale interactie en geconcentreerd werken - of iets meer rust, dan heb je nu verteld over dat hem dat dan bijvoorbeeld zit in de volgorde van de ruimtes, dus de layout, zeg maar
D5: Zones.
OZ: Ja, de zones, en dat gordijn wat er dan hangt om, ja, in ieder geval iets weg te nemen, of het zicht weg te nemen. Heb je ook in de vormgeving van de plekken op zich daar nog iets mee gedaan?
D5:  Om duidelijk te maken welke activiteit het is?
OZ: Bijvoorbeeld. 
D5: Ehm Ja, nou ja, qua vormgeving ik denk dat dit een hele duidelijke plek is die uitnodigt, ook met de decoratieve verlichting, de plek een uitnodiging geven, planten erbij, om daar te willen zijn. Om daar met, elkaar daar te treffen. En op het moment dat er stroomvoorzieningen in de plinten zitten bijvoorbeeld, dan nodigt dat ook uit om met je laptop hier te kunnen gaan zitten en te kunnen overleggen, om de mensen in ieder geval weg te halen bij die bureautafels. 
En dit is natuurlijk nog steeds behoorlijk dicht bij elkaar. Op het moment dat er meer privacy verlangd wordt, dan zal je in een aparte ruimte moeten gaan zitten. En hier zit er een en daar zit er n, en ook hierachter zijn nog verschillende ruimtes gecreerd waar mensen dus echt afgesloten kunnen gaan zitten. Het zijn wel allemaal ruimtes met veel glas erin. Ik zal eens even kijken of ik daar nog een foto van heb.
O: Je zei net dit is een plek waarmee je mensen wil verleiden om daar te komen als je een informeel gesprek wil houden. En je noemde al decoratieve verlichting, planten Zijn er nog andere elementen van die ruimte die daar volgens jou aan bijdragen, aan dat aantrekkelijk maken voor samenzijn?
D5: Nou in ieder geval dat er goede akoestische en visuele privacy wordt geboden. 
OZ: Ja
D5: Dus dat zien wij hier direct naast de werkplekken niet terugkomen. Maar ik denk dat het belangrijk is dat de akoestiek gewoon goed is  om dat op het moment dat je met elkaar spreekt, dat je dus vrijuit kunt spreken, dat je die vrijheid voelt. Dus vaker een kleed, ook, onder de ontmoetingsplek. En als het al decoratieve, dit zijn geen akoestische lampen. Wat ik ook wel vaak doe, is akoestische lampen toepassen, en desnoods ook iets van mobiele schermen of een gordijn gebruiken, dat je ook die vsuele privacy eigenlijk waarborgt. Dat zorgt ervoor dat degene het fijn vindt om die plek te gebruiken plus dat je ook aan de andere kant mensen minder stoort door de dynamiek die jij eigenlijk met de ander teweegbrengt.
OZ: Ja, ja. En zijn er nog meer dingen die je doet om bijvoorbeeld de akoestiek goed te maken? Zodat het geluid minder ver draagt, want daar gaat het dan eigenlijk om?
D5: Ja, meubilair toepassen met soft seating. Dus zo min mogelijk harde materialen, maar comfortabele zachte en gestoffeerde elementen, nou vloerkleed, lampen, gordijnen... Ja, dat is hem wel... Op de muren een afwerking maken die geluid absorbeert. 
OZ: Bijvoorbeeld?
D5: Ja, je hebt van die akoestische panelen. Die visuals, die we net hebben gezien, dat zijn allemaal akoestische visuals. Dus dat is een doek in een frame, en daarachter zit dus een isolerend, en geluidsisolerend materiaal.
OZ: Ja. Ok, helder. 
D5: Die denk ik. 
OZ: En als je nou bijvoorbeeld daar zit en je hebt een wat persoonlijker gesprek? Wat zou je dan kunnen zijn daar nog plekken voor, zou je ergens heen kunnen?
D5: Ja, dan heb je een aparte ruimte, in deze. Daar is hier geen foto van, maar er is dus, in de ruimte zijn daar eigenlijk ruimtes als deze gecreerd. En dit is een redelijk steriele. Maar hier aan deze zijde zit dan weer een ruimte en daar zit dan een vloerkleed en er staat een bankstel in. Ook om een prettig bilateraal gesprek bijvoorbeeld te kunnen hebben wat misschien meer persoonlijk is. Maar ook een kleine ruimte, is er gemaakt, met een lekkere, comfortabele, wat luiere stoel, uit het zicht. Om bijvoorbeeld ook borstvoeding te kunnen geven of een privacy-telefoongesprek te kunnen voeren. Dus die is er ook in deze.
OZ: En dan heb je het heel duidelijk ook over het type meubilair wat je kiest voor heel veel ruimtes.
D5: Ja, omdat op het moment dat het een kleine afgesloten ruimte is en je wilt daar borstvoeding, of tenminste, kolven is het dan h, geen borstvoeding geven, maar kolven. Dan moet het wel zo zijn dat je comfortabel kunt zitten, dat je je veilig voelt en dat je dat je echt zowel geluids- als visuele privacy hebt, en daar kan een meubel ook echt wel toe bijdragen als je een meubel hebt wat echt rondom jou je rugdekking geeft, is dat natuurlijk, geeft dat sneller een gevoel van veiligheid als dat je een stoel hebt met een lage rug, zeg maar.  
OZ: En het type gesprekken? Je noemde net bijvoorbeeld een bank
D5: Eh, ja, dat is eigenlijk, dat vind ik over het algemeen wel wisselend. Dat hangt ook een beetje samen met een organisatie, omdat niet iedereen, h. Een hiskamer eh voor de een is een huiskamer echt een loungebank waar ze onderuit kunnen zitten en ontspnnen een gesprek kunnen voeren, maar er zijn ook voldoende organisaties die toch echt wel aangeven dat ze wel een huiskamer willen, maar dat het een bank moet zijn die ctief zit, waar ze mkkelijk uit op kunnen staan en waar echt nog wel dynamiek in zit. Dat heeft denk ik ook wel weer te maken met waar we het net even over hadden: hoe is de cultuur van zon organisatie h? Is het geaccepteerd om onderuithangend met je laptop op een bank te werken? Dat is gewoon niet overal zo.
OZ: Nee, nee.  Dat is wel grappig.
D5: Ja. Dus het is in eerste instantie, voordat je ook nog maar n streek op papier zet, gewoon ongelofelijk belangrijk om de identiteit van de organisatie naar boven te halen, de cultuur naar boven halen, en die werkprocesanalyse te doen. Zonder dat kun je eigenlijk gewoon niet starten. Dus die informatie moet je eerst hebben, en dan is het gewoon heel erg belangrijk om met elkaar te bepalen van nou wat voor type kantoor wil je dan h? Want ook niet voor elke organisatie is het goed om een open kantoor te hebben. Ik bedoel een open kantoor creren is geen doel op zich. 
Het gaat erom dat je een werkomgeving creert waar mensen tot goede eindprestaties kunnen komen. En dat zijn ook nog niet eens de eindprestaties die goed zijn voor het bedrijf, maar ook vooral goed zijn voor de ontplooiing en de ontwikkeling van de medewerker zelf, denk ik dan. En als daar een kamerkantoor het best bij past, dan wordt het een kamerkantoor. Weet je wel? Er is niks mis met een kamerkantoor. Als dat past bij de doelstelling en de missie van zo'n organisatie dan kan dat prima. 
Dus, vraf is het nooit van tevoren al bedacht van nou, het moet per se zo'n type kantoorconcept worden. Nee dat dat volgt uit de gesprekken die je hebt met de opdrachtgever. En natuurlijk denk ik wl altijd dat het onze taak is om een beetje te prikkelen, h. Op het moment dat ze ltijd al gewend zijn om het op een bepaalde manier te doen, is het wl goed om het gesprek aan te gaan, en te vragen waarom ze dat doen. En, nou, aan te geven hoe het ook anders kan. Of, wat we in het verleden ook wel veel hebben gedaan, is door middel van beeldmateriaal, eigenlijk wat jij nu zelf ook wil gaan doen in je onderzoek, beeldmateriaal te laten kiezen. En met de vraag daarbij van Hoe zien jullie de toekomst van werken?. En dan dat is ook altijd heel leuk, omdat je dan ziet dat n persoon rustig een plaatje uitkiest dat hij met zijn laptop op het strand zit, en de ander eigenlijk met een heel traditioneel plaatje aan komt zetten. En dat je ongelofelijk leuke gesprekken hebt eigenlijk. 
En dat er van daaruit een programma van eisen wordt gevormd. En dat een organisatie dan ook zegt: Ok, dat op het strand, dat gaan we niet doen. Maar dat traditionele, dat doen we ook niet. We zoeken een middenweg met daarin eigenlijk wel zoveel diversiteit dat ook diegene op het strand werkend een plek kan vinden, maar ook degene die het liefst traditioneel werkt een plek kan vinden. Dus een hoop diversiteit, voor een hoop verschillende mensen. Zodat iedereen voor dt moment een plek kan vinden, ook afhankelijk van zijn gemoedstoestand, want ook extraverte mensen hebben soms een plek in de luwte nodig om hun werk goed kunnen doen.
OZ: Ja, zeker, jazeker. Nou zie ik in dit kantoor eigenlijk alleen maar open werkplekken, wel in verschillende soorten ruimtes.. Hoe is dat gegaan? Want toch heb je ook extra plekken gemaakt die specifiek zijn bedoeld voor sociale interactie
D5: Ja.   Er is, helemaal achterin het kantoor zijn er acht werkplekken gecreerd voor rust. Dus dat daar en daar zijn afspraken over gemaakt. Dus het kantoor is uitgelegd in de verschillende zones, en dat zou dan de plek zijn om je zoveel mogelijk in de luwte in alle rust te kunnen werken. En hoe dichter je eigenlijk naar de ontmoetingszone komt, hoe meer dynamiek er toegestaan is ook. En de afspraken van, op het moment dat je dus inderdaad met iemand wil overleggen, dan ga je weg bij je bureau en dan ga je dus naar zo'n ontmoetingsplek toe om die interactie met elkaar te hebben. Dus dat zijn meer de afspraken die ze met elkaar hebben gemaakt als dat het visueel gemaakt is in het ontwerp. Dat is absoluut een feit, ja.
OZ: Ja, ja. Want wat zou je, ja, eventueel kunnen doen om dat visueel te maken? Stel, in een ander project?
D5:  Eh Ja, duidelijke afscheiding maken. En ook met kleur en materiaal een duidelijk verschil maken tussen de verschillende plekken. Dat is wat er natuurlijk vaker ook wel wordt gedaan als er in een concept. Eh   Dat als het gaat om de interactieve plekken, dat die een bepaalde kleur- en materiaalstelling meekrijgen ten opzichte van, eh, in stilte werken, waardoor het voor iedereen zichtbaarder wordt, waar de stilteplekken zitten. En in vormentaal eh hou je het rustiger, minder prikkels in een zone waar je geconcentreerd wil werken, terwijl een zone waar je om te ontmoeten bent, dat daar meer contrast mag zijn in kleur en materiaal, meerdere kleuren toegepast. Beetje in die trant, zou je dat kunnen doen.
OZ: Ja. En qua materiaal, waar denk je dan bijvoorbeeld aan voor ontmoetingsplekken? In tegenstelling tot rust?
D5: Nou, geen specifiek materiaal.  Ehm Nou ja, ik zou snel kiezen voor soft-seating, puur voor de akoestiek, omdat dat het geluid even dempt. Dus die.   Ja, verder heel specifiek in dat je... Hout is sowieso heel prettig, of dat nu geconcentreerd werken is of ontmoeten, dus in puur materiaal vind ik hem wat minder. Heb ik niet heel duidelijk zoiets van zou ik specifiek het n of het ander doen, nee.
OZ: Ja. In combinatie dan misschien met de kleuren en type meubilair? 
D5:  Ehm Nee ook niet direct. Uiteindelijk denk ik vanuit identiteit. En de uitstraling. Eerst vorm je een concept, en het concept bepaalt een beetje de kaders. Dus voor mij is het niet zo dat je ontmoeten altijd zacht en rond maakt om het vriendelijk te houden en uitnodigend. Die, nee, heb ik niet. Ik denk dat het veel meer dan door de kaders wordt bepaald hoe de vormgeving wordt gemaakt.
OZ: Wat bedoel je dan bijvoorbeeld met die kaders?
D5: Ehm Even kijken of ik kan teruggrijpen naar dit project, want dat is natuurlijk het makkelijkst, want hier hebben we plaatjes van.  Ja, op het moment dat, zoals hier bij het ontmoeten, als je hier binnenkomt, bij de entree, dan moet het vooral uitstralen dat daar mensen aan het werk zijn die interactie hebben met elkaar en plezier hebben met elkaar. Dat dus open, gastvrij, bewegingsruimte, die. Dat maakt dat het op deze manier is vormgegeven, uitnodigend. En dat  Ja, de kleuren die je ziet, dat is echt puur brand identity. Daar is hij uit voortgekomen.  Er is ooit een concept gemaakt, hiervr, en dat werd ingegeven door een van de trekkers van het project en dat had gewoon niet de brand identity kleuren, dus daarbij vonden ze toch dat ze zichzelf er niet in konden herkennen. Dus moesten we toch terug naar die brand identity. 
Terwijl ook een concept met een.. kan ook kleur bepalen, h, Op het moment dat je Dat had ik laatst ook weer in een project, en dat is ook niet heel nieuw, maar dat je het buiten naar binnen haalt. Als een kantoor op een landgoed staat met heel veel natuur eromheen, heb je de kleuren van de seizoenen buiten. Als je die naar binnen haalt, bijvoorbeeld, h, dan krijg je ook een kleurenpalet, op die manier. Dat kan ook een concept zijn. Heeft niks met brand identity te maken, maar meer met de omgeving direct. Als je wil dat mensen naar buiten gericht zijn, of wat dan ook. Dus op die manier. Dus dat bepaalt voor mij meer kleur en materiaal en vorm dan specifiek.. de activiteit.
OZ: Ja precies. Het is niet echt niet van nou, er zijn, bepaalde kleuren zijn altijd voor mij gekoppeld aan bepaalde activiteiten, dat hangt er gewoon heel erg vanaf. En jij zou ook een concentratie ruimte kunnen maken met iets van oranje erin. Dat is dan hier nu een interactieplek, maar voor jou is dat niet per definitie zo bepaald.
D5: Nee, niet per definitie. Ik hou er wel rekening mee wat kleur voor effect zu kunnen hebben op mensen. Dus de mate waarin h. Dus een complete oranje ruimte zou ik niet zo snel maken voor iemand die geconcentreerd moet werken. Maar ik ben ook een beetje huiverig voor eh dat het altijd groen moet zijn bijvoorbeeld. Omdat groen ook h, dat vind ik ook... Dat vind ik een beperking.  En ja, ik merk dat wel eens in project, h, dat mensen, dat ik dan iets doe en dat iemand zegt van: Oh, maar kan je het niet beter omdraaien? Want groen is toch beter als je rustig wil werken? Ja, ik denk dat het ook Er zijn algemeenheden, die werken voor ons allemaal. Maar ook niet altijd werkt het voor alle mensen, dus dan, ja... Nou ja. Die vrijheid, dat is misschien niet goed, maar die vrijheid die gun ik mezelf wel op het moment dat ik een ontwerp maak. 
En er is altijd interactie met de gebruikersgroep omdat je werkt in verschillende fases h. Je maakt het schetsontwerp, en je hebt interactie met je groep, een voorlopig ontwerp en daarna weer een definitief ontwerp. Dus je dicteert nooit. Je bent altijd in interactie met die gebruikersgroep van hoe het gaat worden. En als er weerstand komt op een accentkleur oranje in concentratiegebied, ga je dat ook niet doorzetten. Dan wordt dat een andere kleur, h. Omdat, een concept geeft wel kaders, maar is niet zo strak en vastomlijnd dat het niet anders kan. 
Waarom ik vooral ook een concept maak is om een verhaal over te brengen van de doelstelling. En daarmee weg te blijven van mooi en lelijk. Omdat als je een gebruikersgroep hebt, dan heeft iemand een zware voorkeur voor rood die een ander vreselijk vindt, terwijl als je vanuit een conceptverhaal je motivatie overbrengt, en mensen kunnen dat omarmen, dan is daar eigenlijk direct draagvlak. En dan gaat het niet meer over mooi en lelijk, maar dan gaat het om het verhaal wat je wil vertellen.
OZ: Ja. Ja, helder. Helder. Je zei net eventjes tussendoor: er zijn wel algemeenheden. Kan je omschrijven wat voor jou van die algemeenheden zijn als het gaat om het bevorderen van sociale, sociaal welzijn? Het groepsgevoel, de informele interactie. Zijn er daarbij nog algemeenheden die jij in je hoofd hebt, of niet?
D5: Bedoel je dan eigenlijk dat eigenlijk bijna iedereen het wel heel erg fijn vindt als er goeie koffie is, bijvoorbeeld?
OZ: Ja bijvoorbeeld, maar dan iets in de vormgeving?
D5: En dan in de omgeving?  Nou, algemeenheden in de zin van dat eh, jeetje. Ja, groen is echt wel een ding. Zicht is een ding, uitzicht.
OZ: En dan bedoel je niet de kleur, maar planten?
D5: Ja. Ja, planten, of nou ja, wat ook wel werkt, toch, is natuurlijke vormen en materialen in een ruimte worden wel als prettig ervaren.
OZ: Maar heeft dat ook een link dan met de sociale interactie of heeft dat meer een link met mensen berhaupt naar een ruimte trekken?
D5: Ja, nee, dat is berhaupt naar mensen. Met sociale interactie hm 
OZ: De ruimte daarvoor aantrekkelijk maken, of dat ondersteunen...
D5:   Ja, de uitnodiging eigenlijk, denk ik. Dat mensen zich uitgenodigd voelen. En dat Dat een plek duidelijk zichtbaar is. Ja, en dat je er makkelijk kunt komen, er makkelijk gebruik van kunt maken.
OZ: Ja. Wat bepaalt of je er makkelijk gebruik van kunt maken?
D5: Eh Nou, als je het aan kan passen ook, een beetje, zoals jij het graag wil hebben, op dat moment.
OZ: Ja. En hoe doe jij dat? Hoe zorg jij ervoor in een ontwerp dat mensen het een beetje aan kunnen passen?
D5: Nou, dat ze een gordijn dicht kunnen trekken op het moment dat ze meer privacy willen hebben, dus Dat ze dat zelf kunnen doen. Dat er, nou ja, een raam open kan. Dat kan niet altijd vanwege de  klimaatbeheersing, maar die. Eh Ja, dat ze iets met het licht kunnen doen. Wel een lamp aan of hem niet aan willen. Ehm Gebruik maken van schermen, om op te kunnen schrijven. En daarmee ook weer groen naar binnen kunnen halen of juist privacy kunnen genereren, zo. 
OZ: Ja. 
D5: Op die manier. 
OZ: Ja. En zat dat in dit project ook, komt dat hier ook voor, dat soort dingen?
D5: Deze? Ja. Even kijken hoor, dat kan ik je laten zien. Deze ruimte daarvan zijn alle modules los van elkaar, dus kunnen ze allemaal verschillende opstellingen mee maken. Poefjes zijn verrijdbaar. Hier staan stoelen, op wielen. En hier aan de zijkant zit een heel groot whiteboard. En er hangen dus allemaal akoestische elementen in de lucht om zoveel mogelijk dus het geluid te dempen. De ruimte kan trouwens wel dicht hoor, hier. En die plant is wel erg lelijk, haha.
OZ: Ha ha.
D5: Maar goed, smaken verschillen. Hier zitten dus ook gordijnen in om juist licht naar binnen te halen, maar ook weer om het af te zonderen. Maar vooral de opstelling van de ruimte is gewoon helemaal vrij indeelbaar. En hier ligt dan wel een stuk tapijt wat vastligt, daar. Ja, die zouden ze kunnen oprollen, maar dat gaat niet gebeuren, dat is veel te groot. Maar ook puur voor die akoestische.. voor de demping in de ruimte. Maar dit is echt een ruimte die ze compleet naar eigen inzicht kunnen invullen, eigenlijk.
OZ: Ja.
D5: En wat ik ook wel een goeie vind, dan toch nog, om deze even te laten zien. Zo'n ruimte waarin je ook kunt kiezen of je hoog of laag zit, bijvoorbeeld. Vind ik ook uitnodigend. Dit is dan wel n ruimte, je zou hier ook meerdere ruimtes van kunnen maken met dat hoog en dat laag zitten. Maar juist nou ja, de n vindt het prettig om laag te zitten, terwijl de ander het prettiger vindt om hoog, dynamischer aan het werk te zijn, of te overleggen of te ontmoeten. Die.
OZ: Ja. En wat is dan dynamischer? Heel wat maakt het dynamischer volgens jou? Waarom kan je daar behoefte aan hebben?
D5: Op een kruk als deze, zittend op een kruk, of eigenlijk alleen maar willen blijven staan. Dus dat maakt het dynamisch. Dus je staat sneller op, je komt sneller in beweging, en Nou ja, uit onderzoek was ook wel gebleken dat met elkaar staand vergaderen, je.. dat de tijd dan korter is dus, en dat je efficinter effectiever vergadert. Ja, wl je dat, is dat je insteek van te voren al, wil je het snel of neem je de tijd, dan ga je juist onderuit zitten, die.
OZ: En als je het dan hebt over wat meer informele interactie, dus niet per se vergadering, maar meer zomaar spontaan?
D5:  Ja, dat kan.  Ja, dat hangt heel erg af van Ja, ik denk dat je het sowieso alle twee moet aanbieden omdat het heel erg afhangt van het moment. Tref je elkaar in de gang en denk je van oh, wij moeten even snel met elkaar die interactie hebben. Is het dan nodig om in een ruimte te gaan zitten, of pak je dan zo'n tafel vrij In de ruimte die we net hebben gezien, h, dus de bereikbaarheid. Heb je privacy nodig, ga je ergens, schiet je ergens in een ruimte, en anders doe je het in een open ruimte. Dus ja, het moet er allemaal zijn. Ben je net op de fiets aangekomen en een beetje moe, wil je zitten, terwijl als je al die tijd al zittend hebt gewerkt, wil je juist even staan. Ja. Die. Dus die diversiteit probeer ik eigenlijk er altijd wel in te brengen, omdat, ja, ieder mens is uniek en ieder mens heeft zo zijn eigen wensen en gedachten bij wat is dynamisch, ook. Dat kun je eigenlijk bijna voor een ander niet bepalen. 
OZ: Ja. . Ja, helder. Zijn er nog sociale aspecten van dit project die nog niet aan bod zijn geweest, wat jou betreft? 
D5: Sociale aspecten, ehm
OZ: Vormgeving van de ontmoetingsplekken, of...
D5:   Nee, volgens mij hebben we hem wel een beetje doorlopen zo. 
OZ: Ja, ik heb ook wel een behoorlijk compleet beeld volgens mij. 
D5:  Ja.
OZ: Ok, dan stop ik de opname.
